Soms komt het voor dat mensen met dementie probleemgedrag vertonen. Dit gebeurt wanneer bepaalde acties of reacties als lastig of verstorend worden ervaren. Dit gedrag kan verschillen van persoon tot persoon. Het heeft impact op de persoon met dementie zelf, hun naasten, de verzorgers en de omgeving van de persoon met dementie.
Bij Zeer Ernstig Probleemgedrag blijkt dat de gebruikelijke aanpak voor dit gedrag en de ingrepen niet voldoende zijn om de lijdensdruk van de persoon met dementie en hun omgeving te verminderen.
Oorzaak van probleemgedrag bij Dementie
Bij sommige mensen met dementie kan het gedrag veranderen naar probleemgedrag of zeer ernstig probleemgedrag. Het veranderende gedrag of probleemgedrag / ernstig probleemgedrag heeft een oorzaak. Het is soms lastig om de precieze oorzaak te achterhalen. Soms zijn meerdere zaken van invloed op het gedrag wat de behandeling complex maakt.
Enkele mogelijke oorzaken zijn:
- Progressieve hersenschade door dementie.
- Verlies van communicatieve vaardigheden waardoor onbegrip ontstaat; denk aan moeilijker praten, verminderde woordenschat, begrijpen van taal, snelheid waarmee boodschappen worden gegeven.
- Lichamelijk ongemak; denk aan moeizamer lopen, of vermindering van de fijne motoriek bijvoorbeeld bij het schrijven.
- Pijn; soms kan de persoon met dementie niet meer duidelijk maken aan zijn omgeving dat hij pijn heeft, maar lijdt hij er wel onder.
- Angst; doordat onder andere het begrip, de ruimtelijke oriëntatie, verlies van overzicht en regie enzovoorts slechter is, kan angst ontstaan.
- Frustratie; kan ontstaan door bijvoorbeeld niet mee kunnen of niet begrijpen van wat er in de omgeving gebeurt.
Stress; stress kan onder andere ontstaan door ongemakken, taalproblemen, omgevingsgeluiden of gedrag van anderen in de omgeving. - Overprikkeling of onderprikkeling; geluiden, licht, en andere prikkels worden niet meer gefilterd doordat de hersenen zijn aangedaan waardoor de prikkels te veel zijn. Iemand wordt dan overspoeld. Te weinig prikkels zijn ook niet goed, de hersenen hebben prikkels nodig om actief te blijven. Het belangrijkste is dat er een balans is. Dus niet te veel en niet te weinig prikkels.
Probleemgedrag bij dementie vanuit een onvervulde behoefte
Naast bovenstaande oorzaken kan het gedrag ook voortkomen uit onvervulde behoefte van de persoon met dementie. Mensen met dementie kunnen hun behoeften moeilijker duidelijk maken door verminderde communicatieve vaardigheden. Het gedrag dat verandert kan hiervoor een signaal zijn. Voorbeelden zijn:
- De persoon heeft honger, dorst, pijn of ongemak; dit kan leiden tot prikkelbaarheid, rusteloosheid en agitatie
- De persoon voelt zich eenzaam; dit kan leiden tot roepen of graag nabijheid willen van medewerkers of medecliënten
- Mensen met dementie kunnen zich gaan terugtrekken in hun eigen wereld
- Het vertonen van verbale of fysieke agressie als manier om frustratie te uiten wanneer de persoon zich niet begrepen of gehoord voelt. Vaak speelt angst een rol
- Soms zien we ook repetitieve gedragingen zoals steeds dezelfde vraag stellen, als gevolg van angst en onzekerheid. Het doel is dan vaak houvast en veiligheid vinden bij de ander
Gespecialiseerde afdeling voor mensen met zeer ernstig probleemgedrag (D-ZEP)
Mensen met zeer ernstig probleemgedrag hebben zoals je kunt begrijpen een speciale behandeling nodig. De Hazelaar heeft een gespecialiseerde afdeling voor mensen met zeer ernstig probleemgedrag (D-ZEP). Op deze afdeling werkt een team van verschillende experts samen om het gedrag van mensen beter te begrijpen. Ze proberen uit te zoeken waarom het gedrag plaatsvindt en zoeken naar manieren om het te behandelen of om er beter mee om te gaan. De behandeling is gericht op het verminderen of stabiliseren van ernstig probleemgedrag. Dit kan ervoor zorgen dat de persoon met dementie misschien weer terug kan naar het wooncentrum waar ze eerder waren opgenomen of de afdeling kan helpen zoeken naar een geschikt wooncentrum.
Voordat iemand op deze gespecialiseerde afdeling wordt opgenomen, wordt vaak het consultatieteam van de D-ZEP afdeling erbij betrokken. Dit team kan worden gevraagd om te helpen bij het begrijpen van probleemgedrag van iemand met dementie. Ze kunnen advies geven tijdens telefoongesprekken, schriftelijk of tijdens overlegmomenten. Op deze manier delen ze hun kennis zodat de persoon in hun eigen omgeving behandeld kan worden. Het team kan ook preventief worden ingeschakeld, bijvoorbeeld wanneer het gedrag van iemand begint te veranderen.
Geschreven door: Professionals van De Wever
Projectmanager / Programmamanager DOT | Wetenschap-Innovatie – Onderzoek
Expertteam Dementie | De Wever in Tilburg