De ziekte van Parkinson is een aandoening die steeds vaker voorkomt. Daarnaast zijn er ook een aantal parkinsonismen. Dat is een verzamelnaam voor andere aandoeningen die vergelijkbaar zijn met de ziekte van Parkinson, zoals Lewy body dementie en vasculaire dementie.
Dopamine en de rol in het brein
Diep in de hersenen produceren zenuwcellen de stof dopamine. Met deze stof communiceren hersengebieden met elkaar en krijgt het lichaam opdrachten. Bij de ziekte van Parkinson sterven deze zenuwcellen af. Hierdoor is er minder dopamine beschikbaar en worden signalen minder goed doorgegeven.
Dit zorgt er fysiek voor dat bij mensen met de ziekte van Parkinson de ‘automatische piloot’ gaat haperen. Bewegen wordt minder vanzelfsprekend en moet bewuster gebeuren. De soepelheid verdwijnt en alleen de hoognodige bewegingen blijven over. Mensen ervaren stijfheid en worden trager in hun bewegingen.
Cognitieve veranderingen bij Parkinson
Naast veranderingen in het bewegingspatroon ontstaan er bij mensen met de ziekte van Parkinson ook veranderingen in het denken en geheugen. Dit noemen we de cognitieve functies van de hersenen. Zo krijgen zij bijvoorbeeld meer moeite met het vasthouden en verdelen van aandacht, of met het uitvoeren van meerdere taken tegelijk. Er kan ook sprake zijn van moeite met het reguleren en filteren van prikkels of prikkels komen niet of juist te veel binnen. Ook het starten van handelingen en het plannen en organiseren van activiteiten verloopt moeizamer (denk aan het behouden van overzicht, het volgen van een volgorde van taken, en het inschatten van situaties). Tot slot kunnen er geheugenproblemen optreden, al staan deze meestal niet op de voorgrond, zeker in het beginstadium van de ziekte.
Individuele verschillen en het verloop op een dag
Voor al deze klachten op het gebied van bewegen en cognitie geldt dat ze sterk kunnen verschillen per persoon. Ook per moment op de dag kan de ernst van de klachten variëren. Vaak wordt geprobeerd deze schommelingen met medicatie te verminderen.
Therapie: bewust bewegen en omgaan met cognitieve klachten
Veel aandacht hebben voor hoe je beweegt, en je daar dus bewust van zijn, helpt om fysiek minder klachten te ondervinden van de ziekte van Parkinson. Tijdens de therapie is er daarom veel aandacht voor het observeren en waarnemen waar het bewegen stroef verloopt. Daarnaast is het belangrijk om in de therapie rekening te houden met de cognitieve problemen. Bijvoorbeeld door het tempo te verlagen en adviezen regelmatig te herhalen. Ook mensen bewust handelingen laten uitvoeren kan helpend zijn. Het stap voor stap aanleren van een handeling of beweging zorgt ervoor dat iemand beter beweegt. Door steeds maar één ding tegelijk te doen, verloopt het bewegen vaak soepeler.
Geschreven door Ireen van Zon (fysiotherapeut) en Sanne Maas (GZ-psycholoog)
Expertteam Parkinson