In de wijk Het Zand in Tilburg-West ligt hospice De Zandsporen van De Wever. De Zandsporen is een hospice waar de zorg en aandacht volledig gericht zijn op de laatste levensfase. Het begeleiden van jou en je naasten staat hier centraal.
Zorg, dag en nacht
De zorg gaat verder dan lichamelijke ondersteuning alleen. Ook op psychisch, sociaal en spiritueel gebied staan we voor je klaar. Je naasten blijven nauw betrokken en zijn 24 uur per dag welkom in het hospice. Overnachten is daarbij mogelijk.
Je wordt ondersteund door een betrokken team van palliatief deskundige verpleegkundigen, verzorgenden, artsen en vrijwilligers. Voor wie dat wil, is er ook geestelijke zorg beschikbaar.
Verwijzing
Voor opname in het hospice heb je een verwijzing vanuit de huisarts of medisch specialist of een geldige indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) nodig. Voor opname in het hospice is er sprake van een beperkte levensverwachting (minder dan drie maanden) en een intensieve zorgvraag.
Meer informatie?
Wil je meer weten over deze locatie? Stuur dan een bericht via het contactformulier of bel gratis met Bureau Zorgadvies via 0800 339 3837.
Genieten op het terras in het Hospice van de eerste lente zonnestralen☀️ ... Bekijk meerBekijk minder
🧡💚🧡💚🧡💚
Carnaval is samen feesten, met elkaar plezier maken, proosten en dansen.
Ook zingen en lachen maar ook hoort er gemis bij. Als je juist iemand mist op dit feest mag je diegene benoemen en bij zijn naam noemen, ook dat mag met carnaval.
Het is een feest van samenhorigheid met een lach en een traan.
Hospice de zandsporen wenst iedereen een fijne carnaval
💚🧡💚🧡💚🧡💚🧡 ... Bekijk meerBekijk minder
... Bekijk meerBekijk minder
Wacht niet op de laatste fase in je leven om bewust te worden van alle kleine fijne dingen. Doe het nu!.. voordat het niet meer kan
#palliatievezorg #hospice #laatstelevensfase ... Bekijk meerBekijk minder
Column 'Als ik doodga'
Als ik doodga -en dat gebeurt, daar ontkomt niemand aan- hoop ik dat niemand zijn best doet om dat volgens een protocol te doen.
Ik heb in mijn vroege carrière geprobeerd de dood begrijpelijk te maken. Te ordenen in protocollen, zorgpaden en stappenplannen. Alsof sterven te managen is, zoals een project dat vooral niet mag uitlopen.
Maar diep van binnen wist ik natuurlijk al lang dat het leven zich daar geen barst van aantrekt. De dood al helemaal niet.
Als ik doodga, wil ik niet dat er wordt gefluisterd.
Dat er gewone zinnen klinken, gewone mensentaal. Dat iemand zegt : “Je gaat dood.”
Ik wil geen eufemismen. Geen omwegen. Geen vaagheden. Ik wil niet horen dat ik ga “inslapen” of dat dit “mijn laatste reis” is. Zachtere taal doet de pijn niet verdwijnen. Eerlijkheid doet dat wel.
Als ik doodga, hoeft niemand dapper te zijn.
Mijn kinderen niet. Andere geliefden niet. Ikzelf ook niet.
Dapperheid is overschat. Kwetsbaarheid juist onderschat.
Er mag gehuild worden, geschreeuwd, gezwegen.
En vooral gelachen. Om alle stomme dingen die ik heb gedaan. Om de typische verhalen die altijd weer verteld worden als je om een tafel met vrienden zit. Laat ze weer rondgaan.
Als ik doodga, wil ik dat iemand naast me komt zitten.
Niet verkrampt of bang. Gewoon naast me. Op de rand van het bed of waar dan ook.
Niet iemand die in het regelen of oplossen schiet, maar gewoon iemand die blijft. Juist wanneer er niets meer te doen valt.
Ik weet hoe die laatste dagen eruit kunnen zien.
Ik heb zoveel kamers vol liefde en ook zoveel kamers vol stilte gezien.
Ik heb gezien dat het lichaam langzaam zijn taal verliest. Dat woorden verdwijnen.
En als ik mezelf onderweg kwijtraak, hoop ik dat iemand me vindt.
Als ik doodga, hoop ik dat niemand haast voelt.
Ik hoop dat ze niet gaan tellen in uren of dagen. Niet gaan trekken aan dokters of verpleegkundigen of het echt niet sneller kan. Niet gaan denken: 'het zou nu toch wel een keer mogen'.
Sterven heeft zijn eigen tempo. Het laat zich niet duwen of versnellen. Koop dan een goede fles wijn zou ik de omstanders willen zeggen en proost.
Als ik doodga, hoop ik dat iemand me blijft aanraken.
Ik heb zo vaak de ongekende waarde van aanraking gezien.
Gewoon om te zeggen: jij bent er nog en ik ook.
Ook als woorden weggevallen zijn. Ook als ik niets meer terug kan geven.
Als ik doodga, hoop ik dat niemand zich verplicht voelt om er bij te zijn.
Ik hoop dat er geen bezoekschema’s of waaklijsten zijn.
Wie komt, komt. Wie wegblijft, blijft niet minder lief.
Nabijheid laat zich niet afdwingen.
Als ik doodga, hoop ik dat mensen me niet beter maken dan ik was.
Laat mijn scherpe randjes bestaan, ook mijn fouten. Wat zei ik vaak onhandige dingen en wat heb ik stomme acties gedaan. En ja, ik heb mooie kansen gemist. Pech.
Als ik doodga, wil ik dat niemand denkt dat hij het verkeerd heeft gedaan.
Geen eindeloos “Hadden we…?”
We hadden niets.
We hadden elkaar.
Dat was genoeg.
Ik hoef geen perfecte laatste woorden. Ik hoef geen zorgvuldig gecomponeerde slotzin. Het leven is zelden rond. De dood maakt het niet opeens literair kloppend. Soms eindigt een verhaal midden in een zin. Soms op een dinsdag. Soms zonder dat je er klaar voor was.
Als ik doodga, hoop ik dat de mensen die van me houden daarna niet te snel weer normaal hoeven te doen.
Verdriet en rouw zijn geen problemen die opgelost moet worden.
Het is iets dat je meedraagt. Soms is dat zwaar, soms onverwacht licht.
Soms midden in een kamer vol mensen. Of dan ineens buiten, op weg naar de trein. Ik hoop zo dat het er dan gewoon even mag zijn.
Als ik doodga, laat het leven dan tot het einde gewoon leven zijn.
En als het stil wordt,
laat het dan stil zijn.
Omdat het genoeg was.
---Sander de Hosson ... Bekijk meerBekijk minder
De kracht van twijfel….mooi geschreven door longarts “Sander de Hosson”
Rond de dood wordt vaak gesproken over zekerheden. We willen weten hoe lang het nog duurt, of het pijn doet, hoe het precies zal gaan. Alsof er een draaiboek zou zijn dat we alleen maar hebben te volgen.
Maar rond de dood woont vooral twijfel.
Twijfel komt ’s nachts, wanneer het huis stil is. In de blik tussen twee mensen die elkaar niet willen verliezen. In het lichaam dat niet meer meewerkt en in het hoofd dat achterloopt. En ook in de spreekkamer, achter het bureau en onder de witte jas.
We doen vaak alsof twijfel een tekortkoming is. Alsof je gefaald hebt wanneer je het niet precies weet. Alsof je sterk moet zijn, moedig, standvastig – en dus zonder aarzeling. Maar de dood is geen wiskundesom. Er is geen antwoordmodel achterin het boek.
Er is alleen een verhaal dat zich onvoorspelbaar ontvouwt, met omwegen, terugslagen en momenten van onverwachte helderheid.
Ik ontmoet stoere mannen die ineens vragen of het echt ophoudt. Jongeren die zich afvragen of het genoeg was. Ouders die bang zijn dat hun kinderen hun stem zullen vergeten. Sommigen twijfelen aan God. Anderen aan de arts. Soms aan allebei.
En ik twijfel ook.
Of ik het juiste zeg. Of ik te vroeg ben. Of te laat. Of ik iemand onnodig hoop geef, of juist te snel iets kapotmaak. Of ik dichtbij genoeg ben. Of misschien te dichtbij.
Twijfel is geen zwakte. Twijfel is een gevolg van betrokkenheid. Je kunt alleen twijfelen als het je raakt. Wie niets voelt, twijfelt niet. Wie liefheeft, twijfelt voortdurend: doe ik het goed? Ben ik er genoeg? Had ik anders moeten kiezen?
En zo staat twijfel naast het bed van iemand die gaat sterven. Niet als vijand, maar als stille metgezel. Soms fluistert ze dingen die we liever niet horen. Soms legt ze een hand op onze schouder en zegt: je hoeft het niet allemaal te weten. Je hoeft het alleen niet alléén te dragen
Aan het eind van een gesprek zei een patiënt eens: “Ik weet niet of ik bang ben voor de dood, of voor de twijfel ervoor.” We keken elkaar aan en moesten gek genoeg even glimlachen om de eerlijkheid ervan. Het was geen harde grap. Meer een verzuchting, maar hij was zo raak.
Misschien is dat het dichtst dat we bij zekerheid komen. Dat we de twijfel durven erkennen én elkaar vasthouden terwijl we dat doen. ... Bekijk meerBekijk minder
... Bekijk meerBekijk minder
Hospice de zandsporen wenst iedereen waardevolle dagen met elkaar,
Een lichtje branden met en voor elkaar deze dagen geeft kracht,liefde en moed. ... Bekijk meerBekijk minder